De Huberti-schenking. Kunstwerken voor de VST-collectie en inspiratie voor verder onderzoek (deel 2)

 

Inleiding

In deel 1 van deze reeks konden jullie lezen hoe de schenking van een reeks schilderijen en tekeningen van Edouard Huberti de directe aanleiding is geweest tot een hernieuwde interesse in deze ietwat mysterieuze, melancholische en bescheiden landschapsschilder uit de 19e eeuw. Het onderzoek naar Huberti is sinds de publicatie van het eerste deel in een heuse stroomversnelling terecht gekomen door een spannende ontdekking in een nog niet ontsloten deel van het archief van het Letterenhuis in Antwerpen. De schat aan informatie die daar werd aangetroffen doet duizelen, zoals jullie verder in dit artikel zullen ontdekken. Maar eerst duiken we nog even terug in de databank van de Mormonen voor verder genealogisch onderzoek.

Vader Joseph Huberti (1788-1849)

Om iemand zijn persoonlijkheid te doorgronden, kan het soms interessant zijn om de relatie met de ouders en de thuissituatie nader te bekijken. De vader van E. Huberti, Pierre Joseph Huberti (1788-1849), wordt geboren in Brussel en trouwt op 26-jarige leeftijd (1814) met de 37-jarige Anne Catherine Françoise Cirez, die inwoont bij haar moeder in de Rue de Montagne. Joseph is op dat moment schoenmaker van beroep en gaat mee inwonen in het huis van zijn schoonmoeder die daar een modewinkel uitbaat. Vier jaar later, bij de geboorte van hun zoon Edouard, wonen ze volgens de geboorteakte nog steeds op hetzelfde adres. Françoise Cirez is bij de geboorte 41 jaar en Edouard Huberti blijft dan ook hun enig kind, wat ongetwijfeld zijn verinnerlijkte persoonlijkheid mee vormgegeven heeft. Alles wijst voor de rest op een normale jeugd, en het gezin beschikt ook over voldoende financiële middelen om hun enige zoon, die duidelijk over intellectuele capaciteiten beschikt, na de middelbare studies te laten verder studeren in het hoger onderwijs. Met de familiale hoop die op zijn schouders rust, voelt hij wellicht de druk om te kiezen voor een opleiding met enige financiële zekerheid. Hij kiest dan ook voor een architectenopleiding in Antwerpen, ook al droomt hij waarschijnlijk al stilletjes van het pure leven als kunstenaar. Van een architectencarrière is echter niets in huis gekomen, want kort daarna start hij een professionele loopbaan in de Muziek met activiteiten als muziekleraar, dirigent en componist om uiteindelijk rond zijn veertigste levensjaar definitief te kiezen voor een leven als kunstschilder.

Te midden van deze veertigjarige periode met voortschrijdende inzichten over zichzelf en zijn echte roeping, breekt in 1840 een emotioneel geladen jaar aan voor de toen 22-jarige E. Huberti. Op 14 januari 1840, op 63-jarige leeftijd, overlijdt zijn moeder met wie hij een zeer nauwe band heeft. Ongeveer zes maanden later, op 9 juni 1840, trouwt Edouard Huberti met Hélène Dartevelle (°26-12-1812, Nivelles), een heuglijke gebeurtenis die zijn geliefde moeder niet meer heeft mogen meemaken.

Op het moment dat hij tussen deze twee levensmomenten wordt geslingerd van droefheid naar geluk, komt plots zijn vader Joseph in beeld met een verhaal dat de emoties verder doet oplaaien. Joseph Huberti, 52 jaar oud, heeft nog maar net zijn 63-jarige vrouw ten grave gedragen, maar heeft duidelijk geen behoefte aan een al te lange periode van rouw, want 3 maanden later maakt hij een zekere Marie Thijs zwanger. Deze nieuwe levenspartner van Joseph is op dat moment 29 jaar, slechts 7 jaar ouder dan zijn zoon Edouard en 1 jaar jonger dan diens verloofde Hélène. Was Marie Thijs erbij op het huwelijksfeest aan de zijde van Joseph Huberti, als stiefmoeder van de bruidegom en met een zichtbaar wordende zwangerschap? We weten het niet, maar de kans is toch groot dat deze ontwikkelingen de gevoelige E. Huberti tot in het diepste van zijn ziel zullen hebben beroerd. En het toeval kan soms meedogenloos zijn, want op 14 januari 1841, exact 1 jaar na het overlijden van zijn moeder, komt zijn halfzus Marie-Louise Thijs/Huberti ter wereld. Van een speciale herdenkingsdag gesproken! Het blijft natuurlijk speculatie om te stellen dat dit een impact heeft gehad op de persoonlijkheid van E. Huberti en de band met zijn vader. Feit is wel dat E. Huberti er op 23-jarige leeftijd een halfzusje bijkrijgt genaamd Marie-Louise. Verder onderzoek zal uitwijzen of beiden gedurende hun leven contact hebben onderhouden. In 1846 tenslotte trouwt vader Joseph Huberti met Marie Thijs en erkent hij zijn dochter Marie-Louise ook officieel. Het wordt een relatief kort huwelijk want op 10 juni 1849 overlijdt Joseph Huberti te Brussel op 61-jarige leeftijd. Op de huwelijksakte en de overlijdensakte vinden we heel wat namen terug, maar ook één opvallende afwezige: Edouard Huberti. Misschien heeft het dan toch diepe wonden geslagen en tot een breuk geleid?

Marie-Elisabeth Belpaire (1853-1948)

U denkt misschien: allemaal goed en wel, maar waar blijft nu die formidabele ontdekking in dat archief in Antwerpen? Nog even geduld, want om die ontdekking goed te kunnen situeren moeten we eerst E. Huberti’s nicht langs moederszijde introduceren: Marie-Elisabeth Belpaire (1853-1948). Haar vader, Alphonse Belpaire (1817-1854), was de één jaar oudere neef van Edouard Huberti en beiden hadden een zeer nauwe band, ook al woonde Alphonse in Oostende en Edouard in Brussel. Hoe de vork juist in de steel zit, wordt nog onderzocht, maar beiden waren goede vrienden en Alphonse was net als Edouard musicus en dichter. Het was dus geen verrassing om Alphonse vermeld te zien staan als getuige op de huwelijksakte van zijn neef Edouard. Alphonse Belpaire komt in Antwerpen terecht door te trouwen met Elisabeth (“Betsy”) Teichmann, een telg uit een gefortuneerde familie van Antwerpse industriëlen. Hun dochter Marie-Elisabeth kreeg via privé-onderwijs een voor meisjes atypisch brede opleiding met speciale aandacht voor vreemde talen en schone kunsten[i]. De jonge Marie Belpaire heeft met groot enthousiasme de kansen gegrepen die haar werden geboden door haar opleiding en de welgestelde kringen waarin ze opgroeide. Haar curriculum vitae is dan ook indrukwekkend: schrijfster, journaliste, mecenas en stuwende kracht achter het katholiek meisjesonderwijs en de sociale vrouwenbeweging, mede-bezielster en financier van de Dietsche Warande en Belfort (een vooraanstaand Vlaams literair-cultureel tijdschrift), oprichtster van het “Institut Belpaire” en de Sint-Lutgardisschool, en nog zoveel meer. Kortom: een uiterst geëngageerde vrouw, en iemand met macht en invloed binnen de Vlaamse beweging. Hierbij dient wel te worden opgemerkt dat ze steeds een overtuigd Belgicist is gebleven.


Marie-Elisabeth Belpaire (1853-1948) ‘Moeder van de Vlaamse Beweging’ of ‘Mamieke’

Marie-Elisabeth Belpaire (1853-1948) ‘Moeder van de Vlaamse Beweging’ of ‘Mamieke’

Het is bekend dat Marie Belpaire en Edouard Huberti gedurende vele jaren een briefwisseling hebben gevoerd (vanaf 1870 om precies te zijn, toen Belpaire 17 jaar en Huberi 52 jaar oud waren). Marie Belpaire heeft flarden van deze brieven gepubliceerd in een essay in de Dietsche Warande en Belfort uit 1912 , en in 1931 publiceerde ze ook anoniem passages uit Huberti’s brieven in een boekje met de titel “Une âme d’artiste” . Vandaar dus, en nu zijn we er, dat ik vol goede moed het Letterenhuis in Antwerpen contacteerde met de vraag of die brieven misschien tot hun collectie behoorden, aangezien op de website vermeld staat dat zij op 31 juli 2019 het omvangrijke ‘familiearchief Belpaire’ in ontvangst hebben mogen nemen ? In de digitaal te raadplegen databank is één brief van E. Huberti terug te vinden, naast een heel aantal tekeningen en schilderijen van zijn hand .

Het antwoord was negatief. De vriendelijke medewerkster had geen weet van verdere brieven of archiefstukken rond E. Huberti, maar ging voor alle zekerheid nog eens te rade gaan bij collega’s. En kijk, een dag later al kreeg ik volgend bericht: "We hebben in het familiearchief van Belpaire een doos met brieven van Huberti teruggevonden! Helaas zijn die nog niet ontsloten of verwerkt maar u kan ze wel komen inzien in de leeszaal.”

Aldus stond ik enkele dagen later, met mondmasker aan, voor de bewuste archiefdoos in de leeszaal van het Letterenhuis in Antwerpen. Ik verwachtte de brieven van E. Huberti te vinden die zij tussen 1870 en zijn dood in 1880 van hem had ontvangen, maar wat ik te zien kreeg, overtrof alle verwachtingen. Wat mevrouw Belpaire heeft nagelaten zijn niet enkel die brieven, maar alle correspondentie en documenten die ze tijdens haar leven over Huberti ontvangen en verzameld heeft. Het persoonlijk Huberti-archief van Marie-Belpaire met andere woorden.

Afb-Melijn-Huberti-2.jpg

Zo bevat de doos onder andere correspondentie met Alphonse Huberti, Gustave Huberti, Henry Huberti en Olivia Dartevelle (resp. oudste zoon, jongste zoon, kleinzoon en echtgenote van E. Huberti), Sander Pierron (bekend auteur en kunstcriticus), Lucien Solvay (kunstcriticus, journalist, hoofdredacteur van Le Soir van 1887 tot 1906, en Conservator van het Charlier museum), Rémy Havermans (drukker), A. de Laete (Volksvertegenwoordiger), en nog vele andere personen met wie Marie Belpaire tot in haar laatste levensjaren is blijven communiceren over haar dierbare artistieke oom uit Brussel met de zilveren haardos, opdat hij zeker niet in de vergetelheid zou geraken.

Afbeelding-Melijn-Huberti3.jpg

En in de doos vond ik natuurlijk ook de gezochte brieven van Huberti aan Belpaire terug. Niet alleen de originele handgeschreven brieven, maar ook een volledige dactylografische kopie uitgetikt op zo’n 120 A4 pagina’s (en dat leest een stuk vlotter!). Maar het wordt nog beter… want brieven lezen die iemand ontvangen heeft, dat vertelt natuurlijk maar de helft van het verhaal. De inbox zonder de verzonden berichten, als het ware. Groot was dan ook mijn verwondering toen ik een stapel mini-enveloppes in de doos zag liggen, zorgvuldig met een touwtje dichtgebonden, met bovenaan een oud papiertje met volgend bericht in een duidelijk herkenbaar handschrift: “Lettres de Marie Belpaire, après moi je désire qu’elles lui soient remises

Wat een onwaarschijnlijke meevaller! Huberti, die zelf ook alle brieven van Belpaire bijhield, heeft ervoor gezorgd dat de correspondentie in twee richtingen na zijn dood terug zou worden herenigd. En daar sta ik dan, 140 jaar later, in het Letterenhuis in Antwerpen, als eerste buitenstaander die de unieke kans krijgt om deze te lezen. Ik heb ondertussen al twee dagen van ’s ochtends tot sluitingstijd in de leeszaal doorgebracht, en alhoewel ik zo snel heb zitten lezen dat de woorden op het papier begonnen te dansen, heb ik naar mijn inschatting nog geen 15% van het beschikbare materiaal kunnen doornemen. Ik heb op die korte tijd echter al zoveel interessante, verwonderlijke en ook bevreemdende dingen gelezen dat ik niet kan wachten om deze met jullie te delen. De brieven helpen niet enkel om de persoonlijkheid van Huberti te doorgronden, hij beschrijft ook in detail hoe hij te werk gaat, en wat zijn visie op het kunstenaarschap is. Ook spreekt hij regelmatig over schilderijen waaraan hij aan het werken is, heel vaak met een kleine begeleidende schets. Dit is voor de VST zeer interessant, want Huberti dateerde zijn schilderijen vrijwel nooit, dus op deze manier kunnen we toch achterhalen wanneer bepaalde werken werden gemaakt.

Afbeelding Melijn-Huberti4.jpg

Ik moet toegeven dat ik bij momenten een ietwat onbehaaglijk gevoel kreeg bij het idee dat ik als buitenstaander zat rond te snuisteren in een toch wel zeer intieme privé-correspondentie. Wie ben ik om dat te lezen en daarover te publiceren? Het is echter mevrouw Belpaire zelf die mij enigszins terug op mijn gemak heeft gesteld, want bij een herlezing van haar artikel in de Dietsche Warande en Belfort werd mijn aandacht getrokken door de volgende afsluitende woorden:

“Enkel een flauw gedacht heb ik kunnen geven van dit alles door uittreksels uit den schat zijner brieven. Het schoonste gedeelte moest in de schaduw blijven, onder den sluier der intimiteit. Doch, gelijk ik mijne eigene brieven terugkreeg met een opschrift zijner hand (…), zoo, wanneer ik zelf kom te vallen, zal het blijken welk een voorrecht ik genoot met die vrome vriendschap te ontmoeten in de lente mijns levens.”

Afbeelding-Melijn-Huberti5.jpg

Ik beschouw het als een duidelijke zegen van mevrouw Belpaire om ook dat wat zich nog onder ‘den sluier der intimiteit’ bevindt nu in de openbaarheid te mogen brengen!

Helaas moet ik jullie (voorlopig) teleurstellen: met het Letterenhuis werd afgesproken dat we over de inhoud nog niks in detail zouden publiceren, totdat alle archiefstukken uit de doos ontsloten en geïnventariseerd zijn. Het is begrijpelijk dat ze deze nalatenschap die hun werd toevertrouwd op deze correcte manier willen behandelen, dus we zullen nog even geduld moeten oefenen.

Maar een kleine kruimel kan ik jullie niet onthouden, want in de doos heb ik een heel plausibel antwoord gevonden op de vraag: waar komt toch die naam “Huberti” vandaan?

De familienaam Huberti

De naam Huberti, met de nadruk op de i, klinkt Italiaans, maar genealogische sporen leiden helemaal niet naar Italië. Het bleef tot op heden een onbeantwoorde vraag, ook voor diegenen binnen onze Vereniging die er al opzoekingswerk naar hebben verricht. Het is een vraag die Marie Belpaire ook bezighield, zo blijkt uit de documenten die ze heeft nagelaten. In de archiefdoos bevindt zich een brief uit 1925 van de toenmalige Conservator van het Plantin-Moretus Museum, de heer Maurits Sabbe, gericht aan mevrouw Belpaire. In deze brief, die duidelijk een antwoord was op een vraag die zij hem had gesteld, krijgen we van de heer Sabbe een zeer plausibele verklaring:

Er zijn vier graveurs die hun naam hebben veranderd van Huybrechts in Huberti:

·         Adriaan Huberti (Antwerpen, †1614): hij was kunstkoopman en in 1573 werd hij ook Meester in de Lucasgilde

·         Adriaan Huberti II, zoon van de voorgaande (Antwerpen, †1648)

·         Frans Huberti, (Antwerpen, †1687): graveur en kunsthandelaar, opgenomen in de Lucasgilde, 1656

·         Gaspar Huberti (Antwerpen, †1684): Plaatsnijder en kunsthandelaar, in de Lucasgilde opgenomen in 1650, leermeester van Edelinck, Neys, Van Ardooie en anderen.

Meer informatie is hier voorlopig niet over beschikbaar, dus bij deze een oproep aan de lezers: misschien heeft iemand wel meer informatie over één van deze Huybrechts/Huberti’s? Het lijkt er in ieder geval zeer sterk op dat Edouard Huberti afstamt van deze familie (?) en dat het artistieke bloed al minstens sinds de 17e eeuw door hun aderen vloeide.

De zoektocht naar de muurschildering

In deel 1 van deze reeks kon u lezen over de zoektocht naar een muurschildering (of was het misschien een ‘supraporte’, een boven een deur of portaal aangebracht kunstwerk?) in het huis waar E. Huberti is overleden en waar zijn zoon Alphonse nog tientallen jaren is blijven wonen. Op basis van de overlijdensakte hebben we nu zekerheid over het adres: Rogierstraat 266. Door de aanleg van de Rogierlaan bestaat dit adres echter niet meer, maar via het Kadaster en de Dienst Patrimonium van Schaarbeek ben ik te weten gekomen dat een oud adres van de Rogierstraat makkelijk terug te vinden is. Het volstaat namelijk om vanaf het laatste huis in de nog bestaande Rogierstraat verder te tellen in wat vandaag de dag de Rogierlaan heet. Dus: huidige Rogierlaan 2 = oude Rogierstraat 232 enz. Enkele weken geleden ben ik dus met goede hoop gaan aanbellen bij Rogierlaan 36 (=Rogierstraat 266) en ik werd daar met open armen ontvangen door de huidige eigenaar en bewoner. Maar helaas, geen spoor van Huberti. Meer zelfs, de huidige woning werd gebouwd rond 1900, dus er klopt ergens iets niet, want het blijkt niet de zoon Alphonse Huberti te zijn die de nieuwe woning heeft gebouwd, terwijl hij daar rond die tijd wel zou hebben gewoond. Er moet iets over het hoofd gezien zijn, dus we blijven verder zoeken!

Reacties van lezers

Het is niet alleen aangenaam om reacties van lezers te ontvangen, het kan ook bijzonder nuttig zijn om het onderzoek in een nieuwe richting te sturen of een nieuw licht te werpen op eerdere bevindingen. Zo mochten wij van de heer Michel Erkens uit Hoeilaart een kopie ontvangen van een publicatie[i] uit 1999 met naam en adresgegevens van meer dan 200 kunstenaars die in Schaarbeek hebben gewoond en gewerkt tussen ongeveer 1850 en 1950. Edouard Huberti wordt hierin vermeld met zowel het gekende adres Rogierstraat 266, alsook een tot nu toe onbekend adres: Haachtsesteenweg 109. De brochure werd uitgegeven naar aanleiding van een tentoonstelling over de artistieke bloei die de gemeente Schaarbeek heeft gekend tussen 1880 en 1930. Een begeleidend persartikel beschrijft hoe kunstenaars werden aangetrokken door de relatief goedkope huisprijzen en de nabijheid van de natuur, terwijl ook de welgestelde bourgeoisie er ging wonen in prachtige grote huizen zoals op de prestigieuze Louis Betrandlaan. Onder invloed van de vele kunstenaars en een welstellend publiek van kunstliefhebbers, laaide het artistieke vuur op en veranderde Schaarbeek tegen de eeuwwisseling in een bloeiende artistieke voorstad van Brussel. Huberti’s leven en werk in Schaarbeek valt te situeren aan het prille begin van deze metamorfose die tot de dag van vandaag zijn sporen nalaat.

Verder gaf de heer Erkens ook een bijzonder interessante tip over de vermelding van het verkeerde geslacht op de geboorteakte van Huberti (zie Deel 1): “Het verkeerde geslacht van de boreling werd door iemand van het Algemeen Rijksarchief toegeschreven aan “lotelingontwijking”. Dat verwondert me ten zeerste, vooreerst omdat zijn vader toch niet zo’n uitzonderlijk hoogstaand beroep heeft, anderzijds omdat men dan bij zijn voornamen niet gezocht heeft naar namen die dichter bij een vrouwelijke voornaam liggen. Persoonlijk zou ik het gewoon toeschrijven aan een vergissing. (…) Interessant is hoe men dat opgelost heeft wanneer hij huwde. Misschien dat er in de huwelijksbijlagen hierover enige aanduiding is?”

Een zeer nuttige tip, zo blijkt! Met de databank van de Mormonen zijn de huwelijksbijlagen vrij eenvoudig terug te vinden[ii]. Het uittreksel uit de geboorteakte maakt geen melding van een verkeerd geslacht en verwijst gewoon naar E. Huberti als ‘zoon van’. Een andere huwelijksbijlage is interessanter, het betreft een document van de “Milice Nationale” van 6 mei 1840 waaruit blijkt dat ‘erin geloot’ werd (geselecteerd voor militaire dienst) maar een jaar uitstel kreeg omdat hij enig kind was. Waarom er een jaar uitstel verleend werd en niet onmiddellijk een vrijstelling is onduidelijk. Dit document doet vermoeden dat Huberti dan mogelijks toch 3 jaar dienstplicht zou hebben vervuld. Om hier definitief uitsluitsel over te krijgen, zullen we het legerarchief moeten raadplegen waar alle dienststaten bewaard worden. Dank aan de heer Erkens voor al deze tips en de medewerking!

Verder onderzoek

Zoals u heeft gemerkt, leidt elke stap niet alleen tot nieuwe inzichten, maar ook tot heel wat nieuwe vragen en mogelijke nieuwe bronnen van informatie. Alleen al met het archief in het Letterenhuis zijn we zeker nog een tijdje zoet, en wat we daar gaan ontdekken zal ongetwijfeld weer tot verder speurwerk leiden. Ik blijf over dit onderzoek publiceren in Melijn alsook korte updates delen op onze Facebook pagina @vriendensvt. Wordt dus zeker vervolgd!

Thierry Dubois


[1] https://schrijversgewijs.be/schrijvers/belpaire-maria-elisabeth/

[1] “Edouard Huberti 1818-1880”, Dietsche Warande en Belfort, Jaargang 1912, nummer 6. Online beschikbaar: https://www.dbnl.org/tekst/_die004191201_01/_die004191201_01_0058.php#197T

[1] “Une âme d’artiste”, 1931, auteur/uitgever onbekend, beschikbaar in de bibliotheek van de Universiteit Antwerpen en de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience: https://www.worldcat.org/title/ame-dartiste/oclc/79307546

[1] https://www.letterenhuis.be/nl/content/marie-elisabeth-belpaire

[1] https://anet.be/desktop/letterenhuis

[1]  « Quelques artistes, écrivains, personnalités schaerbeekoises », brochure gepubliceerd naar aanleiding van een tentoonstelling in het gemeentehuis van Schaarbeek over de (vroegere) kunstenaars van de gemeente.

[1] Huwelijksbijlagen Huberti – Dartevelle: Belgium, Brabant, Civil Registration, 1582-1914 Brussel Huwelijksbijlagen nr. 444-513 1840, nr 503